Anna goes Africa...!

Laatste bericht uit Oeganda / Rwanda :-(

Vijftien weken geleden leek zondag 23 mei nog oneindig ver weg, maar vanochtend om 05.00 uur (met dank aan een nabijgelegen moskee J ) zijn mijn laatste wakkere uren in Oeganda toch écht ingegaan. De koffers zijn gepakt (ik heb gisteren voor de laatste keer de winkeltjes in het hectische centrum van Kampala afgestruind op zoek naar een extra koffer – maatje XXXL J – om de schandalige hoeveelheid souvenirs en kado’s mee te kunnen nemen), mijn (raam)zitplaats in vlucht KL 0562 is online gereserveerd en ik heb afscheid genomen van vrienden in Kampala... Nog precies drie uurtjes voordat de motoren van de KLM-Boeing in beweging zullen komen om de acht uur lange vlucht naar Amsterdam te maken...

Voordat het echter zover is, vertel ik jullie graag nog een laatste verhaaltje over mijn belevenissen tijdens de laatste drie weken in Oost-Afrika, welke ik in het zuidwesten van Oeganda en Rwanda heb doorgebracht.

Wat betreft de hoogtepunten in Zuidwest-Oeganda moet ik toch echt beginnen met een paar spannende avonturenverhalen welke zich hebben afgespeeld in Queen Elizabeth National Park, een van de meest populaire parken van Oeganda en woongebied van o.a. olifanten, leeuwen, luipaarden, buffels en nijlpaarden.

Mijn eerste activiteit daar betrof het traceren van chimpansees in de Kyambura Gorge, een 100 meter diepe rivierbedding welke overdadig is begroeid met bomen, planten en struiken. Zaterdagochtend 08.00 uur meldde ik mij bij het betreffende kantoor van de Uganda Wildlife Authority (UWA) en omdat ik weer eens de enige tourist was, daalden ranger Joe en ik vlak daarna met z’n tweetjes de steile helling van de gorge af. Om de groep chimpansees te kunnen vinden moet je je ogen (knokkel- en voetafdrukken in de modder – helaas had het enkele uren eerder flink geregend...) en oren (oergeluiden en ritselende bladeren verraden de locatie van de chimpanseetroep) goed gebruiken. Terwijl wij beiden gefocust waren op de boven ons uitstekende boomtoppen, hadden we niet door dat we twee andere zwaargewichten naderden... Plotseling stonden we (op - naar schatting - slechts zeven meter afstand!) oog in oog met twee nijlpaarden! (Wat heb ik toch met die beesten? J ) “Go back! Get a tree!”, beval Joe. Dat hoefde hij geen tweede keer te herhalen. Terwijl ik maakte dat ik wegkwam en schuilde achter de dichtstbijzijnde brede boomstam verjoeg Joe de hippo’s door middel van slaande bewegingen met een houten stok plus afschrikwekkende geluiden. Het had effect: de hippo´s dropen langzaam af... Gevolg was wel dat ik de rest van de hike meer alert was op hippo´s (o ja, en slangen - fijn dat Joe nog even meldde dat er een behoorlijke populatie in de gorge woonde..) dan op chimpansees haha (waarvan we na twee uur ploeteren in de modder een grote familie hebben kunnen bewonderen!).

Na de chimpansees ben ik op weg gegaan naar Mweya schiereiland, een van de mooiste plekjes van het park met uitzicht over water en savanne en het daarin levende wild. Mijn Lonely Planet reisgids had beschreven dat je met een beetje mazzel in het weekend wel een lift kon regelen van de ingang van het park naar het schiereiland. Helaas was er die bewuste zaterdag geen kip te bekennen... Na ruim anderhalf uur wachten zonder ook maar één passerend motorvoertuig kwam er plots een boda-boda aangereden (je weet wel, zo’n motortje waar ik eerder over schreef). De betreffende boda-boda bestuurder bood aan mij voor 10,000 USh (zo’n 3,50 Euro) naar Mweya te brengen. Gezien de afstand van ruim twintig kilometer geen verkeerd aanbod, maar euh... is dat nu wel zo’n slim idee? We staan tenslotte voor de toegangspoort van een park met wilde dieren? Toch maar even navragen bij de twee UWA-rangers bij de toegangspoort, die de zorgen van dit westerse meisje maar wat onnodig leken te vinden (“Nee, natúúrlijk word je niet opgegeten door hippo’s of krokodillen!”). Gerustgesteld door de woorden van de experts stapte ik achterop de motor. De eerste kilometers heb ik echt genoten van het prachtige landschap waar ik - door het gebruik van de boda - zo heerlijk direct mee in contact was. Mijn hart ging al wat meer tekeer toen we na ongeveer vier kilometer stuitten op een kleine kudde olifanten op zo’n vijftien meter afstand van de ‘weg’. Mijn boda-boda chauffeur was niet echt onder de indruk en stopte rustig om mij de kans te geven foto’s te maken. Na enige aarzeling heb ik toch maar even van die unieke gelegenheid gebruik gemaakt. Toen één van de olifanten (laat dat nu nét het grootste mannetje van de kudde zijn...) onze kant kwam opgelopen, heb ik m’n boda-boda chauffeur toch echt dringend gevraagd even flink gas te geven...

Nog maar net bijgekomen van dit avontuur stuitten we zo’n zes kilometer verder op een nog groter avontuur: een kudde van ongeveer 25 buffels op de weg! En ze leken niet van plan die weg te verlaten... Mijn zelfverzekerde chauffeur kwam al snel op het idee de zwarte joekels te verjagen door de motor flink te laten ronken. Zijn plan werkte: langzaamaan splitste de kudde zich op in tweeen, voldoende ruimte over latend om daar in het midden doorheen te rijden. Pfff...

De laatste tien kilometers verliepen gelukkig rustig (de betekenis van het bordje ‘Leopard Loop’ dat we enkele kilometers voor Mweya passeerden heb ik op dat moment maar even verdrongen – gelukkig geen luipaard gezien overigens...), maar jullie kunnen je waarschijnlijk wel voorstellen dat ik met bonkend hart ben aangekomen bij m’n hostel. Aldaar vroeg mijn boda-boda bestuurder me serieus of hij me morgen naar het 70 kilometer verderop gelegen Ishasha kon rijden (een rit die dwars door hetzelfde national park loopt); ik heb vriendelijk bedankt haha. Het avontuur ging overigens nog steeds een béétje door want het erf van Mweya Hostel is niet omgeven door een hek of haag, en tijdens het diner vertelden twee werknemers mij vol enthousiasme dat er ’s nachts regelmatig leeuwen, nijlpaarden en olifanten over het terrein lopen. Het gevolg was dat ik die nacht – toen ik errug nodig naar het toilet moest maar in de verte brullende hippogeluiden hoorde – dat maar even heb opgehouden totdat het licht was: een nachtelijke wandeling naar het toiletgebouw sprak me niet echt aan...

Wat mij betreft zijn deze voorbeelden heel typerend voor het huidige Oeganda: in tegenstelling tot landen als Kenia en Tanzania is het leven in het algemeen - en safari’s in het bijzonder – nog weinig gereguleerd. Dit brengt ontegenzeglijk voordelen met zich mee: Oeganda is nog heel puur, je ontmoet weinig andere toeristen en er is nog veel ruimte voor ‘avontuur’. Maar tegelijkertijd is er ook een keerzijde, namelijk de veiligheidsrisico’s die het gebrek aan regels met zich meebrengen. Leven (en dood) worden in Oeganda anders gewaardeerd dan bij ons het geval is: ‘een beetje risico lopen’ wordt geaccepteerd. Of zoals mijn boda-boda bestuurder het bij aankomst in Mweya formuleerde: “Als we gedood waren, was dat God’s wil geweest”. Hetzelfde geldt voor de jonge Oegandese mannen die die middag aan het zwemmen waren in hetzelfde kanaal als waar de toeristen een rondvaart krijgen om krokodillen en nijlpaarden te bewonderen. Er zijn zelfs enkele dorpjes in het national park, waar mens en dier min of meer vreedzaam samen leven (en af en toe gaat het mis, maar dat risico wordt op de koop toegenomen).

Een laatste hoogtepunt in Zuidwest-Oeganda was onbetwist het bezoek dat ik heb gebracht aan de berggorilla´s in Bwindi Impenatrable Forest. Een dergelijk bezoek vergt een heftige investering, zowel financieel (een permit kost 500 US Dollar, ongeveer 325 Euro dus!) als fysiek (een heftige speurtocht door ondoordringbaar regenwoud), maar in ruil daarvoor krijg je wel een unieke ervaring...

Sommige groepen berggorilla´s wonen dieper in het woud dan anderen, en aanvankelijk was ik wat teleurgesteld dat ik een groep zou bezoeken die zich veelal op ‘slechts’ 30 à 45 minuten klimmen van het startpunt bevindt: na aardig wat uurtjes te hebben doorgebracht in het openbaar vervoer had ik wel zin in wat lichaamsbeweging. Achteraf was ik echter toch wel erg blij dat we de groep al zo snel hadden bereikt: op diverse momenten moest er letterlijk op handen en voeten naar boven worden geklommen, zo steil zijn de bergen daar. De richtlijn is dat je minimaal zeven meter afstand moet houden van de berggorilla’s, maar die regel is blijkbaar nog niet helder naar de gorilla’s gecommuniceerd: enkele gorilla’s (met name een schattige baby die voortdurend onze kant op kwam lopen!) konden we bijna aanraken, zo dichtbij waren ze. Ook hadden we de mazzel dat we de groep aantroffen in een minder dicht begroeid gebied; ik heb dus een paar prachtige fotootjes kunnen maken! Na een uur lang in de aanwezigheid van de gorilla´s te hebben verkeerd en hun (zeer menselijke!) gedrag (zoals spelen, onder oksels krabben, in neuzen peuteren (en opbrengst opeten) en winden laten haha) te hebben kunnen observeren, werd de afdaling (wat op enkele momenten betekende: op je billen naar beneden glijden!) ingezet...

Enkele dagen later stond Rwanda op het programma. Met het passeren van de grenspost stapte ik direct in een andere wereld: de klok moet een uur terug worden gezet, maar qua ontwikkelingsniveau lijk je feitelijk tien(tallen) ja(a)r(en) vooruit in de tijd gaan. Het begint al met het straatbeeld in Rwanda: de wegen zijn vrijwel allemaal breed, geasfalteerd en voorzien van wegmarkering, verkeerslichten en zebrapaden; de auto’s en (taxi)bussen worden goed onderhouden; de omgeving is schoon (in tegenstelling tot Oeganda wordt er geen afval op straat gegooid); en de huizen bevinden zich veelal in een betere staat. Als reiziger ervaar je al snel enkele prettige bijkomstigheden van het hogere ontwikkelingsniveau, met name in hoofdstad Kigali: Rwandezen spreken veelal goed Engels (en Frans!), zijn beter op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt (en dus is er meer diepgang in de gesprekken), als blanke kun je rustig over straat en het openbaar vervoer is heel efficient georganiseerd (al mijn bussen zijn exact op tijd vertrokken, paradijs! J).

Tegelijkertijd zijn er ook ‘kleine nadelen’: na drie maanden Oeganda is het prijsniveau in Rwanda echt even schrikken... Ook zijn er meer regels; zo kon een taxibusje mij niet voor mijn hotel afzetten want het is niet toegestaan om zomaar te stoppen of parkeren (daar maakt in Oeganda werkelijk niemand zich druk om haha). In totaal heb ik zes fijne dagen in Rwanda doorgebracht. Mijn eerste indruk is dat Rwandezen weliswaar iets meer ingtogen / minder uitbundig zijn dan Oegandezen, maar wanneer je met ze praat zijn ze zeer warm, vriendelijk en zachtaardig.

Rwanda is onlosmakelijk verbonden met de bloederige genocide die plaatsvond in 1994, toen Hutu’s en Tutsi’s elkaar te lijf gingen en waarbij meer dan twee miljoen mensen zijn omgekomen en even zovelen gevlucht naar buurlanden. Ook mijn korte verblijf heeft duidelijk in het teken gestaan van deze tragische periode in de Rwandese geschiedenis. Ik heb achtereenvolgens een bezoek gebracht aan het Kigali Memorial Centre, de dorpjes Nyamata en Ntarama (in beide beide dorpjes zijn kerken aanwezig waar mensen tijdens de genocide hun schuilplaats zochten maar ook deze heilige plaatsen bleken niet veilig; resp. 100,000 en 50,000 burgers zijn omgebracht; stille getuigen daarvan zijn de achtergebleven kledingstukken, schedels en botten) en Gikongoro (waar ik een memorial heb bezocht welke oorspronkelijk is gebouwd als technische school, maar zover is het nooit gekomen; ook hier hebben massale slachtingen plaatsgevonden, met als stille getuigen nu de aldaar opgezette lijken en massagraven).

Deze gewelddadige periode lijkt in schril contrast te staan met het Rwanda van nu, dat zeer rustig, westers, georganiseerd en vredig oogt. Wanneer je bijvoorbeeld in Kigali rondloopt is het heel onwerkelijk en lastig voor te stellen dat zich hier zestien jaar geleden zulke gruwelijke gebeurtenissen hebben voorgedaan; ook in deze stad hebben destijds echter vele dode lichamen op straat gelegen. Tijdens mijn verblijf ben ik me voortdurend bewust geweest van het feit dat iedereen hier zijn of haar eigen ‘genocideverhaal’ heeft; vrouwen zijn destijds wellicht verkracht en hebben daarbij aids opgelopen, kinderen hebben hun ouders verloren, buren en dorpsgenoten van nu hebben destijds elkaars familieleden omgebracht... Behalve de verminkte Rwandeze mannen (zoals mannen met afgehakte lichaamsdelen of met littekens van een snijwond of kogelgat in het hoofd) die je tegenkomt, gemarkeerde massagraven langs snelwegen en in roze (verdachten) / oranje (veroordeelden) pakken werkende mannen in de landerijen, herinnert niets aan de gruwelijkheden van zestien jaar geleden. Als je niet beter zou weten zie je in Rwanda enkel een prachtig groen, heuvelachtig landschap.

Na een dagje in de aan Lake Kivu gelegen / aan Congo grenzende ‘badplaats’ Gisengy en een pittige hike in Parc National des Volcans (ook hier wonen trouwens berggorilla’s!) was het echt tijd om terug te keren naar Oeganda. Aldaar was het weer even wennen aan de relatieve chaos en de overdaad aan aandacht om je huidskleur, maar gelukkig wenden de lachende gezichten en veel lagere prijzen net zo snel! J

Emile: specialement pour toi, j’ai essaye de visiter Goma (Congo)! J J‘etais a la frontiere a Gisenyi, mais j’avais du payer 35 US Dollar pour entrer Congo et apres 60 US Dollar pour revenir a Rwanda. Ca, c’etait un petit peu trop d’argent haha... Je vais te raconter la complete histoire en Hollande!!!

De afgelopen dagen heb ik een heel dubbel gevoel gehad bij mijn terugkeer naar Nederland. Enerzijds zie ik er enorm naar uit om jullie weer te zien, om vrij en anoniem over straat te kunnen ( inclusief hardlopen zonder aangestaard en nagewezen te worden!), lekker aan het werk te gaan, een beetje meer luxe (zoals een eigen, warme douche / stroom / een wasmachine, comfortabel openbaar vervoer) te hebben..... Anderzijds ben ik op momenten echt verdrietig om mijn vertrek, en weet ik zeker dat ik Oeganda echt zo ga missen...

Wat ik het meeste ga missen? Die brede glimlach waarmee iedereen je hier begroet, je weet wel, zo eentje waarbij een stralend witte tandenrij tevoorschijn komt... Maar ook:

- de prachtige kinderen die naar je toe komen rennen, uitbundig zwaaien en roepen ‘Hello Muzungu, how are you?”;

- de positieve sfeer, vrolijkheid, opgewektheid, het vele lachen met elkaar, het elkaar groeten op straat, het niet klagen (terwijl er genoeg reden tot ontevredenheid is);

- de tolerantie, verdraagzaamheid ten opzichte van elkaar, mensen accepteren meer van elkaar (bijvoorbeeld: ik was getuige van een incident waarbij een taxichauffeur in zijn onopmerkzaamheid zijn auto achteruit reed en daarbij op een boda-boda inreed, die vervolgens omviel (inclusief de bestuurder). O jee, nu gaat het gebeuren dacht ik... Maar in plaats van de door mij verwachte scheldpartij / ruzie maken beide bestuurders (plus enkele andere boda-boda bestuurders) er grapjes om!) Oegandezen zijn over het algemeen heel bescheidenheid, er zijn weinig ego-trippers, weinig competitie.

Wanneer ik verhalen hoor van backpackers die tijd hebben doorgebracht in Kenia / Tanzania ben ik extra blij dat ik voor Oeganda heb gekozen: als hun verhalen kloppen worden blanken daar veelal met norse blikken / om geld smekend / met geweld ontvangen, echt heel anders dan hier.

Daarnaast ga ik het ook zeker missen om zoveel tijd te hebben om te rond te trekken, te schrijven en lezen, na te denken over het leven.

Al met al is het echt een super ervaring geweest, die ik iedereen kan aanraden (met name diegenen met dertigersdillema’s J ), het was heel goed om even los te komen van alle ‘verplichtingen’ in Nederland en tijd te hebben voor reflectie.

Voor nu zeg ik: tot heel snel in Nederland!!! En hopelijk vergeven jullie het me als ik de komende tijd iets te vaak begin met “Toen ik in Oeganda was... “ J

Een ongeluk zit in een klein paaltje...

Net zoals in vele andere niet-westerse landen bevinden de stoepen, voetpaden en straten in Oeganda zich in een erbarmelijke staat. Allereerst zijn de paden en (rij)wegen veelal onverhard en dus veranderen ze bij het kleinste beetje regen in een grote modderpoel - met bijkomend gevaar van slippartijen. Voor zover de straten wél verhard zijn, is dit niet automatisch een pluspunt: verharde wegen zijn zelden egaal betegeld of geasfalteerd. De stoepen en rijwegen zijn bezaaid met (grote) gaten en uitstekende obstakels als pijpen en draden. In enkele gevallen worden deze gevaren gemarkeerd, bijvoorbeeld door een rechtop geplaatste stok, maar meestal doemen de gapende gaten en omhoog stekende objecten totaal onaangekondigd op. Als voetganger dreigt dus constant het gevaar van struikelen, valpartijen en het verzwikken van enkels (of erger....).

Een volgend risico bij het zich verplaatsen in de openbare ruimte is de overvloed aan verkeersdeelnemers van uiteenlopende aard, die - veelal zonder wegmarkering, verkeerslichten en verkeerstekens - door elkaar krioelen. Hierbij geldt, uitgaande van de Oegandese verkeerspraktijk, het recht van de sterkste: voetgangers, fietsers en boda-bodas zullen zich moeten aanpassen aan het verkeersgedrag van personenauto's, taxibusjes, bussen en trucks.

Gezien de slechte staat van de stoepjes en rijwegen en de chaotische verkeerssituatie is het in Oeganda van essentieel belang om je ogen en oren goed open te houden terwijl je je in de openbare ruimte bevindt. Hindernissen en medeweggebruikers kunnen immers ernstige schade aanrichten. Ook ik ben me hiervan bewust en daarom voortdurend alert op onverwachte (of dus eigenlijk juist enigszins voorziene) obstakels en roekeloze verkeersdeelnemers. Het is mij echter niet gelukt mijn verblijf in Oeganda ongeschonden door te komen... Na ruim tweeëneenhalve maand in ‘de Parel van Afrika' staat de teller inmiddels op drie pechgevalletjes. Het risico nemende dat mijn familie na dit weblogverhaal nog minder rustig slaapt dan ze momenteel al doet, zal ik hieronder proberen een beeld te schetsen van door mij en andere weggebruikers ondervonden ‘ongelukjes'.

Mijn eerste ongelukje vond vier weken geleden plaats. Tijdens een wandeling op een zonnige dag (en dus: op slippers!) in het centrum van Kampala heb ik de kleine teen van mijn linkervoet gestoten tegen een vijf centimeter uitstekende loden pijp in de ‘stoep' (ik had hier graag een smeuïger verhaal van gemaakt, maar zo sneu liggen de zaken nu eenmaal :-)). Aanvankelijk dacht ik (vanwege de achtereenvolgens blauw-paars-geelgroene kleur) dat het een kneuzing betrof, maar een week na het incident heeft een arts in opleiding in Bujagali Falls de diagnose gesteld dat m'n teentje gebroken is. Zoals ik al dacht is daar volgens haar in het geval van een kleine teen niets ander aan te doen dan rust nemen (laat dat alleen nu net een beetje lastig zijn als je de fantastische omgeving in dit nieuwe land wilt verkennen :-) ). De eerste week heb ik m'n teen bij iedere stap gevoeld maar inmiddels is deze enkel opgezwollen en ervaar ik alleen last na een lange tijd lopen. Overigens stelt mijn eerste ongelukje niets voor vergeleken bij het verhaal van een Amerikaanse backpackster die (in het donker en in licht beschonken toestand) in een gat in de ‘stoep' is gevallen. Resultaat: een gebroken been (en dus in het gips!) en vele schaafwonden.

Ongelukje nummer twee vond plaats in Kalangala (Ssese Islands) waar ik na een regenbui ben uitgegleden tijdens het bewandelen van een afdalend modderpad richting mijn hotel. Deze slippartij heeft een indrukwekkende schaafwond op mijn (opnieuw linker-) onderbeen opgeleverd. Dit overigens tot groot vermaak van de Oegandezen, die (wanneer ik een korte broek draag) allemaal naar m'n onderbeen staren en wijzen. Blijkbaar is het erg verrassend om te zien dat ook muzungu's wel eens onderuit gaan:-) (we're all just trying to find a way through the mud....).

Het derde incident is tot slot vrij onbetekenend, maar vanwege de remedie toch wel de moeite van het vertellen waard. Een week geleden ben ik tijdens een wandeling door Kampala met m'n teenslipper blijven hangen achter een omhoogstekende steen. De huid tussen mijn eerste en tweede teen (van opnieuw mijn linkervoet!) was opengehaald en de slipper stuk. Direct na het incident wezen twee passerende jongens mij op een op nog geen vier meter afstand, in de berm zittende schoenmaker waar ik mijn slipper kon laten repareren (heb jij de boosdoenende steen soms opzettelijk zo gemanoeuvreerd?, vroeg ik hem met een lach op mijn gezicht :-)). En inderdaad, binnen vijf minuten en tegen betaling van 35 eurocent was mijn slipper weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld en kon ik verder sjokken!

Andere incidenten hebben vooral betrekking op verkeersongevallen (die mij tot nu toe gelukkig bespaard zijn gebleven). Met name in de Mount Elgon regio ben ik al snel de tel kwijt geraakt ten aanzien van het aantal trucks en taxibussen dat van de onverharde wegen is geraakt (veelal bij regen) en (ondersteboven) in de berm is beland. Ook buiten deze regio heb ik al van aardig wat (vracht)auto's het chassis mogen bewonderen. Anderen hadden ‘mazzel' en waren enkel dwars over de weg geplaatst of diep weggezakt in de modder.

In Gombe, een klein bergdorpje bij Budadiri, ben ik op enkele meters afstand ooggetuige geweest van een heel onwerkelijk incident. Vlak voor mij werd een oude man, die uitrustte tegen een grote steen, overreden op een marktplein. De voor- en achterband van de auto rolden voor mijn ogen over de onderbuik van de verzwakt uitziende man heen. De man zelf kermde na afloop een beetje, terwijl de grote groep omstanders steigerde tegenover de achteloze bestuurder van de fourwheeldrive. Overigens is het twijfelachtig of de man binnen redelijke tijd het ziekenhuis heeft kunnen bereiken: de enige en smalle onverharde weg richting de grotere plaats Mbale was geblokkeerd door een truck die diep was weggezakt in de modder...

Tijdens een van mijn vele wandelingen door Kampala was ik ooggetuige van een ongeval met een fietser. De man werd aangereden door een vrachtwagen die een bedrijfsterrein verliet om op de doorgaande weg te komen. Blijkbaar heeft de bestuurder van de vrachtwagen de naderende fietser over het hoofd gezien. De fietser knalde op de voorkant van de truck, viel van zijn fiets, koprolde meerdere malen over de (drukke!) weg heen om vervolgens snel naar de berm te strompelen om aldaar bij te komen. Al met al leek de fysieke schade gelukkig mee te vallen.

In Jinja ontmoette ik een Engelse jongen wiens been in puin lag door een ongeluk met een beruchte boda-boda, de door stoere jongens bestuurde motoren die zigzaggend door de files heen scheuren. Volgens The New Vision, Oeganda's populairste landelijke dagblad, sterven er dagelijks gemiddeld vijf mensen aan de gevolgen van boda-boda ongelukken, en dat betreft alleen nog maar het aantal slachtoffers in de regio Kampala...

Tot slot las ik in The New Vision nog een ander treffend voorbeeld van de gevaarlijke verkeerssituatie hier. Blijkbaar worden vrouwen die 's ochtends vroeg de straten van Kampala schoonvegen namelijk met enige regelmaat overreden door voorbijrazende auto's. In de krant was een ingezonden brief geplaatst van een lezer die ervoor pleitte om de dames te beschermen door middel van reflecterende hesjes of jassen. Klinkt als een verstandig idee...

Een laatste categorie ongelukjes waarmee ik geconfronteerd ben, betreft de sensatiezoekende toeristen. Eerder vertelde ik al dat ik mij in Bujagali Falls niet heb laten verleiden tot het raften op de Nijl, zo ongeveer de enige reden waarom alle andere muzungu's naar die regio komen. De betreffende raftorganisaties weten de ongelukken verrassend goed verborgen te houden voor de auteurs van reisgidsen (Lonely Planet - die haar lezers normaliter altijd waarschuwt voor risicovolle activiteiten - rept met geen woord over letsel als gevolg van het raften) , maar tijdens mijn driedaagse verblijf heb ik al een paar rampverhalen gehoord. Zo ontmoette ik een Amerikaans meisje dat overboord is gegooid en tegen een rots is beland, waarbij ze haar scheenbeen heeft gescheurd. Toen ik haar verhaal hoorde was ik erg blij dat ik me niet heb laten overhalen tot dit soort risicovolle vrijetijdsbesteding...

Voor diegenen die na het lezen van dit verhaal denken dat mijn advies luidt: als je in Oeganda verblijft en je leven je veel waard is, blijf dan vooral thuis - dan heb je het mis. Helaas is het in sommige gevallen discutabel of je daar nu wel echt zo veilig af bent. Zo af en toe verschijnt er weer eens een bericht in The New Vision over een ingestort gebouw. Bouwbedrijven gebruiken hier regelmatig minder cement en staal dan noodzakelijk is (en in plaats daarvan minder betrouwbaar bouwmateriaal) om kosten te drukken. Gecombineerd met gebrekkig toezicht en/of corruptie door toezichthouders kan dit panden van twijfelachtige kwaliteit opleveren. En als het ongeluk niet direct door medemensen wordt veroorzaakt, komt het indirect wel door de mens: het natuurgeweld dat het resultaat is van de overbevolking in Oeganda. Jullie hebben waarschijnlijk wel gelezen over de modderstromen in Oost-Oeganda (het resultaat van een combinatie van harde regen en ontbossing voor landbouwgrond en houtproductie) waardoor enkele dorpen volledig zijn wegegevaagd...

Het zal duidelijk zijn geworden dat het uitsluiten van ieder risico hier - net als in westerse landen - niet mogelijk is. Zodra je je in de openbare ruimte bevindt moet je behoedzaam zijn en dan nóg is enige beschadiging vermoedelijk onvermijdelijk. Tegelijkertijd zijn al die gaten, hobbels, obstakels en roekeloze verkeersdeelnemers voor een westerling ook wel weer erg vermakelijk: het geeft stof om je over te verbazen en verhaaltjes als deze over te schrijven! :-)

(p.s. Voor enkele voorbeelden van stoepjes in Kampala en verkeersongevallen: zie de fotomap bij dit weblogverhaal!)

I love Kampala! :-)

Dag allemaal! Het is nog maar vier weken geleden dat ik voor het laatst een weblogverhaal heb geplaatst, maar zoals het hoort bij een verblijf in een ver en onbekend land is er ondertussen weer van alles gebeurd...

Laat ik beginnen met mijn eerste echt negatieve ervaring in Oeganda: enkele dagen na het plaatsen van mijn laatste bericht ontdekte ik dat er 430,000 Oegandese Shilling (ongeveer 170 Euro) verdwenen was uit het tasje waarin ik mijn kostbare bezittingen bewaar. Normaliter draag ik dit tasje onder mijn kleding of toch tenminste goed opgeborgen - achter drie sluitingen - in mijn handtas, die ik altijd bij me draag. Die betreffende ochtend ben ik echter een half uurtje gaan hardlopen (dat was dus meteen ook de laatste keer haha) en heb ik het geld achtergelaten in mijn (afgesloten) kamer. Overigens is hardlopen op zich al een hele belevenis hier: de Oegandezen overladen een normale muzungu al met aandacht - je kunt je waarschijnlijk wel iets voorstellen bij de lachuitbarstingen en het nawijzen welke een hardlopende blanke teweegbrengt:-) . Bij terugkomst ontdekte ik de diefstal. Ik heb me hier al met al enkele dagen erg rot onder gevoeld, niet eens zozeer door het geld als wel door het feit dat het vrijwel zeker gestolen is door een van de vier medewerkers van het pension waar ik in totaal al enkele weken verbleef, en met wie ik gedurende die tijd (in mijn beleving) een goede band had opgebouwd. Vermoedelijk is het geld zelfs weggenomen door Rose, de eigenaresse van het pension over wie ik eerder zo enthousiast vertelde.

Na de ontdekking van de diefstal (en het inschakelen van de politie) ben ik nog een dag in het pension gebleven maar ik voelde me daar meer thuis; het vertrouwde, huiselijke gevoel dat ik eerder ervaarde was me ontnomen. Ik kon niet meer in Budadiri blijven. Tot op de dag van vandaag vind ik dat ontzettend jammer. Een van de redenen waarom ik altijd voor langere tijd naar Afrika heb willen gaan (in plaats van deelname aan een volgepropt (groeps)reisschema van enkele weken) is dat ik de ruimte wilde hebben om écht te ‘aarden', om deel uit te gaan maken van een lokale gemeenschap. Tot nu toe is Budadiri - voor een belangrijk deel ook dankzij Rose - de enige plek geweest waar ik me echt thuis voelde en waar ik steeds meer vertrouwde gezichten om me heen had verzameld: Rose en haar drie medewerkers, de pastor en zondagse kerkbezoekers, de kinderen op de door mij bezochte scholen, de medewerkers van de Uganda Wildlife Authority aan de overkant van de onverharde zandweg, etcetera. Zoals het hoort begon ik ook al een redelijk vast dagritme (waaronder het schrijven van mijn boek!) en dagelijkse routines te ontwikkelen. Na deze gebeurtenis ben ik toch iets meer gaan ‘rondzwerven' in Oeganda.....

Vriendin Marja (plus vriend!) kwam achteraf gezien precies op het goede moment op bezoek in Oeganda: twee dagen na de ontdekking van de diefstal arriveerde ze op de luchthaven van Entebbe, waar ik haar (onverwachts) heb opgehaald. Door haar aanwezigheid (en de meegebrachte dropjes en stroopwafels! :-)) kon ik de negatieve gevoelens wat makkelijker loslaten. We hebben elkaar enkele dagen in Kampala gezien; terwijl zij daarna in anderhalve week Oegandees natuurschoon heeft bezocht, heb ik mezelf vermaakt in de omgeving van Kampala.

Allereerst heb ik me een paar dagen teruggetrokken op een paradijslijk eilandje in de Nijl (zie: www.hairylemonuganda.com), enkel bewoond door hotelmedewerkers en een handjevol gasten (oh ja, en een twee meter lange geel-zwarte slang die ik op een ochtend tegenkwam - de Australische hotelmanager verzekerde me echter dat deze ongevaarlijk was :-)). Mijn privé-hut met uitzicht op tropische begroeiing en een idyllisch beekje (tevens douche) was de ideale plek om (met hulp van een in Nederland gekocht ‘zelfhulpboek') na te denken over wat ik écht wil qua werk (en ja, ik heb antwoorden gevonden, maar die houd ik nog even lekker voor mezelf haha!).

Na een paar dagen van afzondering was het even wennen aan het rumoer in een populair backpackershotel in Bujagali Falls (waar muzungu's in grote getalen naar toe komen om te raften op de Nijl; ik heb de verleiding kunnen weerstaan en ben lekker gaan mountainbiken - leek me ietsjes veiliger...) en vervolgens oud-industriestad Jinja (beroemd vanwege de oorsprong van de Nijl), maar tegelijkertijd was het ook wel fijn om al die uiteenlopende reisverhalen te horen.

Vervolgens ben ik teruggekeerd naar Kampala om daar nog een paar laatste daagjes met Marja te kunnen doorbrengen (onder andere om te shoppen! nee, niet alleen voor mezelf, ik heb ook erg leuke souvenirtjes voor jullie ingeslagen!:-) ). Daarna volgde een voorlopig laatste uitstapje naar een dorpje in de buurt van Masaka, waar de Nederlandse vrijwilliger en freelance fotograaf Folkert Rinkema een foto-expositie had georganiseerd (zijn foto's komen een dezer dagen overigens ook op station Amersfoort Centraal te hangen). Na een paar dagen Ssese Islands - prachtige eilandjes (met dito strandjes) in het Victoriameer, waar enkel het alarmerend hoge AIDS-percentage (waarmee ik werd geconfronteerd bij een spontaan bezoek aan het ziekenhuis in hoofdstad Kalangala en toevallige gesprekken met bewoners) afbreuk doet aan het paradijslijke sfeertje - ben ik nu dan weer terug in Kampala.

Na al dat rondzwerven heb ik inmiddels meer rust in mijn kont om verder te gaan met het schrijven van mijn boek ... maar helaas speelt de hekserij me nog steeds parten, want mijn in februari aangekochte laptop is gecrasht. Anderhalve dag rondzwerven door Kampala, op zoek naar een computerdokter, heeft enkel niet-zo-capabele reparateurs opgeleverd. Het laatste advies dat mij gegeven is, luidde: 'Ga naar Nairobi!' Dat wil zeggen: twaalf uur reizen met de bus. Dat dacht ik dus niet... Vandaag heb ik echter een afspraak met een computerkenner in Kampala, mijn laatste hoop.

Tegen mijn eigen verwachting in begin ik in de tussentijd Kampala steeds meer te waarderen. Ik breng mijn dagen door met het verzamelen van informatie voor mijn boek (bijvoorbeeld over prostitutie in uitgaansgelegenheden en het wonen in een sloppenwijk), maar ook met diverse (culturele) uitstapjes. Zo heb ik een bezoek gebracht aan een ondergrondse gevangenis op een van Kampala's heuvels (Mengo Hill), waar tijdens de periode van president Obote tegenstanders van zijn regime werden gemarteld en/of geëxecuteerd. Op de wanden zijn nog steeds met kalksteen geschreven, lugubere kreten als ‘Help me!' en ‘Obote, je kunt mij vermoorden, maar hoe zit het met mijn kinderen?' leesbaar.

Daarnaast heb ik een zitting van het parlement bijgewoond (een gezellige, matig geordende bedoening), woon ik enkele malen per week muziek- en dansvoorstellingen bij (met name in het National Theatre waar tegenover mijn hotel ligt!), bezoek ik kunstgalerijen en heb ik me twee keer tot in de late uurtjes op de dansvloer van bar-discotheek Iguana vermaakt (sfeervolle tent, Floor! en heel populair onder de blanken hier!).

Hetgeen ik me hier nog het meest realiseer is dat het zo heerlijk is om TIJD te hebben. In tegenstelling tot Nederland heb ik hier tijd om praatjes te maken met willekeurige mensen op straat, tijd om rond te lopen met geen enkel ander doel voor ogen dan foto's van het straatleven te maken, tijd om verhalen van andere reizigers aan te horen.... Oftewel: tijd om inspiratie op te doen, zoals ik had gehoopt. Ik ben echt aan het genieten van het feit dat ik even niet vastzit aan een bomvolle agenda. Bovendien zijn alle culturele actviteiten voor de verandering eens betaalbaar. Gisteravond heb ik bijvoorbeeld een dansvoorstelling van het National Comtemporary Ballet bezocht - dat kostte me net iets meer dan 3 Eurootjes. Da's weer eens wat anders dan de entreeprijzen van theaters in Nederland...

Eerder heb ik overwogen om mijn retourticket te verplaatsen naar een latere datum, maar door het vele nadenken over het leven in Nederland heb ik ook wel weer zin gekregen om daar in te investeren, dus ik zal op de geplande datum van 24 mei terugkomen (dat wil zeggen, als de IJslandse vulkaanas tegen die tijd uit het Europese luchtruim verdwenen is?! Wat een verhaal zeg... Marja heeft hierdoor overigens enkele extra dagen in Dubai moeten doorbrengen).

Mijn plan voor de laatste vier weken Oeganda is om tot en met Koninginnedag in Kampala te blijven (die dag organiseert de ambassade een feestje voor alle Nederlanders in Oeganda!), om daarna de laatste drie weken te reizen door het zuidwesten van Oeganda en Rwanda.

Bij deze wens ik jullie alvast een hele gezellige Koninginnedag toe! Ik zal aan jullie denken, ronddobberend op bootjes in de Amsterdamse grachten, dansend op openluchtfeestjes, rondstruinend op vlooienmarkten... Blijf me vooral ook op de hoogte houden van alle grote en kleine gebeurtenissen in Nederland, ik vind het super om al die mailtjes te lezen!

Heel veel liefs en tot over een paar weken!

Anna

Plan B: Een boek schrijven!

Tijdens mijn laatste maand in Nederland werd, door het uitblijven van verdere reacties op mijn emails aan de eerder genoemde professor aan Makerere, mijn vermoeden dat een samenwerking met haar niets zou worden steeds sterker. Met name de laatste twee weken schoten er (vooral ook 's nachts) uiteenlopende ideeen door mijn hoofd over wat dan wél te doen tijdens mijn verblijf in Oeganda. Eén ding was me wel duidelijk: ik wilde vooral veel gaan schrijven, iets waar ik de afgelopen jaren echt te weinig aan toe ben gekomen (en het resultaat misschien opsturen naar fora als http://www.afrikanieuws.nl/, interessante website, neem er eens een kijkje!). De aankoop van een mini-laptop vlak voor vertrek stond dat doel in ieder geval niet meer in de weg. Het exacte thema of de eventuele thema's van mijn schrijfsels had ik nog niet echt geselecteerd, maar de volgende topics inspireerden me in ieder geval: meisjesbesnijdenis onder de Sabiny, prostitutie in / rondom hotels en uitgaansgelegenheden in Kampala en vluchtpogingen van Oegandezen naar West-Europa.

Tijdens een van mijn slapeloze nachten had ik een ingeving: waarom zou ik niet een boek schrijven waarin al deze thema's verenigd worden? De volgende dag ontwikkelde ik een globale verhaallijn, namelijkover een meisje van de eerder genoemde Sabiny-stam dat vlucht voor haar naderende besnijdenis en daarbij - na een tijdelijk verblijf in een sloppenwijkin Kampala - uiteindelijk terecht komt in Nederland. Een dag lang leek het mij het ideale produkt van mijn interesse voor meisjesbesnijdenis, mijn ervaringen als vrijwilligster bij Stichting Vluchtelingenwerk en nog te verrichten ‘veldwerk' in Oeganda.

De tweede dag zag ik helaas vooral de beruchte beren op de weg en kreeg de twijfel de overhand: een boek schrijven, hoe pak je dat in hemelsnaam aan? Ik ben toch geen schrijver? En mocht er zoiets bestaan als het handboek ‘Een roman schrijven voor dummies' (wat ongetwijfeld het geval is), dan heb ik die in ieder geval nog niet gelezen.

Mede vanwege deze twijfels, maar ook omdat ik niet uitsloot dat ik in Oeganda op heel andere ideeen voor mijn verblijf zou komen, heb ik dit wilde plan maar even voor mezelf gehouden.

Inmiddels heb ik de globale verhaallijn echter nader uitgewerkt, de belangrijkste personages uitgedacht en staan er enkele tientallen pagina's verhaal op papier.... en durf ik het wel aan om jullie een beetje in te lichten over waar ik nu toch mee bezig ben hier.... een boek schrijven dus! Na veel bruikbare informatie te hebben ingewonnen in het eerder genoemde Kapchorwa (en de in deze regio aanwezige dorpjes waar meisjesbesnijdenis nog steeds voorkomt) ben ik op dit moment terug in Budadiri, het dorpje waar ik eerder al verbleef vlak voor de beklimming van Mount Elgon. Budadiri is een heel rustig plaatsje en in het hotelletje waar ik eerder verbleef - Rose's Last Chance - ben ik veelal de enige gast; optimale omstandigheden voor schrijfactiviteiten dus! Bovendien bleken eigenaresse Rose en ik super goed over weg te kunnen met elkaar, dus op momenten dat ik het schrijven beu ben zitten we heerlijk met elkaar te kletsen en lachen.

Mijn plan is om hier nog ongeveer twee weken te blijven. In die tijd hoop ik een eind gevorderd te zijn met het schrijven van de hoofdstukken die zich rondom Mount Elgon afspelen. Daarna zal ik toch echt moeten terugkeren naar Kampala, want ook daar zal nog wat onderzoek verricht moeten worden (en ik wil graag vriendin Marja zien die twee weekjes op bezoek komt!). Ik heb geenszins de illusie dat ik mijn boek hier in Oeganda zal afschrijven want er gaat echt veel tijd in zitten. Bovendien speelt het laatste deel van mijn verhaal zich af in Nederland en zal ik me ook daar nog eens flink moeten verdiepen in alle details rondom asielprocedures, huisvesting van vluchtelingen, cultuurshock onder vluchtelingen uit Afrika etc.

Al zou er van dit hele plan niets terecht komen, dan is er wat mij betreft nog steeds geen man over boord. Het bekijken van de wereld om je heen met de ogen van schrijver is sowieso een zinvolle ervaring geweest: ik ben zeer intensief bezig met wat er in mijn directe omgeving gebeurt. Geuren, kleuren, geluiden, smaken... ik probeer zoveel mogelijk in me op te zuigen en te registreren, maak voortdurend aantekeningen van de meest kleine gebeurtenissen, zodat ik deze wereld beeldend kan maken voor eventuele lezers. Mensen om mij heen ben ik plat aan het bombarderen met de meest uiteenlopende vragen: hoe heet die boom? Waarom hebben de huizen hier zulke kleine ramen? Welke kleur heeft bamboe als het drie jaar oud is? Hoe bereid je matoke (het nationale gerecht van Oeganda)?

Om me in te leven in de cultuur van de Oegandezen (en de Sabiny in het bijzonder) breng ik ook iedere zondagochtend in de kerk door (ja mam, je zou trots op me zijn!) - een instituut waar ik me van jongs af aan heftig tegen afgezet heb. Waar in mijn jeugd gedurende de wekelijkse mis emoties als verveling en irritatie de boventoon voerden, worden de nu in de kerk doorgebrachte uren optimaal benut met het observeren van de dominee en de bezoekers (al zijn de aanwezigen omgekeerd nog meer bezig met het observeren van die vreemdeblanke :-)), het aandachtig beluisteren van de teksten van de kerkliederen (voor zover verstaanbaar) en het beschrijven van de details van het kerkgebouw.

Alhoewel het even wennen is om niet als wetenschapper te denken (ik mag flexibel met de werkelijkheid omgaan en juist veel fantasie gebruiken!) wijkt het schrijfproces tot nu toe nog niet zoveel af van het schrijven van een onderzoeksrapport of literatuurstudie. Ik begin met het op papier zetten van een ruwe opzet, en vervolgens is het een kwestie van bijschaven, herlezen, nog meer bijschaven en nog een keer herlezen (en dan nog een paar keer reviseren :-)). Waarbij het bijschaven vooral betekent: meer details en bijvoeglijke naamwoorden toevoegen en scherpere formuleringen kiezen.

De grootste uitdaging is wat mij betreft om niet waar te nemen en te denken als mezelf (lees: een westerse meid) maar als Sabiny-meisje. Gezien de vele verschillen in tradities, geloof, seksespecifieke rolpatronen, gedragingen... is dit niet altijd eenvoudig. Maar stapje bij beetje kom ik verder... Halverwege vorige week werd ik bijvoorbeeld wat ziekjes wakker (ik was duizelig en had last van m'n maag) en even later op diezelfde dag bleek Microsoft Word op mijn laptop niet te werken. De eerste gedachte die in me opkwam was: dit is hekserij! Volgens mij zit ik er dus wel redelijk ‘in' :-).

Het resultaat van dit alles is dat ik 's avonds veelal als een blok in slaap val, moe van alle indrukken. Binnen handbereik liggen er echter altijd een schrift, een pen en een zaklantaarn klaar, want zoals eerder komen de meeste ingevingen 's nachts rond een uurtje of twee a drie naar boven. :-)

Bij deze wil ik heel graag Frank bedanken voor zijn geweldige afscheidskadootje: een boekje met daarin beschreven een korte introductie in de wereld van de sociale en culturele antropologie! Frank, je hebt het jedestijds waarschijnlijk niet gerealiseerd, maar dat was echt een schot in de roos. Ik heb het boekje in mijn eerste twee weken hier uitgelezen en de inhoud ervan heeft me zeker geholpen om - bij gespreken met / over de Sabiny - alert te zijn op bepaalde kenmerken van hun cultuur.

Bedankt ook iedereen die tot nu toe zo ontzettend positief heeft gereageerd op mijn eerdere weblogverhalen!!! In mijn eerste weken heb ik echt nog flink zitten twijfelen of ik mijn plan wel wilde gaan uitvoeren, maar jullie woorden zijn het laatste duwtje in de rug geweest!

Vanaf nu zal ik mijn schrijfbezigheden wel meer gaan richten op het boek en dus minder tijd investeren in weblogverhalen, sorry... :-(

Al is dit vermoedelijk niet zo'n groot gemis want ik heb verder toch weinig spannende verhalen te vertellen: ik zit het grootste gedeelte van de dag stil op mijn kont (die overigens met de dag groter wordt want ik word hier flink overvoed met koolhydraatrijke maaltijden en gezien mijn zittende leefstijl wordt daar maar weinig van verbrand haha, maar dat is weer een ander verhaal). In Kampala vind ik echter vast wel weer een aanleiding om jullie met bizarre verhalen te vervelen, dus ik zeg... tot over een paar weken!!

x

Meisjesbesnijdenis rondom Mount Elgon

Bij het voorbereiden van mijn verblijf in Oeganda werd mijn aandacht getrokken door een tekst over meisjesbesnijdenis, een thema dat al langere tijd mijn interesse heeft (en waar ik het afgelopen collegejaar een werkgroepreeks over verzorgd heb). In tegenstelling tot enkele andere Oost-Afrikaanse landen komt meisjesbesnijdenis in Oeganda slechts op zeer kleine schaal voor: naar schatting wordt twee procent van de Oegandese vrouwen besneden, een zeer gering aantal vergeleken bij nabij gelegen landen als Ethiopië en Somalië (waar resp. 80% en 95% van de vrouwen wordt besneden). De enige stam die meisjesbesnijdenis nog hanteert als overgangsritueel naar de volwassenheid zijn de Sabiny, die ten noorden van Mount Elgon wonen. Reden genoeg om daar eens een kijkje te gaan nemen...

Alhoewel er de laatste decennia intensief gewerkt is om meisjesbesnijdenis te elimineren, en de inspanningen zeker effect hebben geboekt, gaan er ieder even jaar (dus ook in 2010) in de maand december nog steeds bijna 400 meisjes onder het mes. In het geval van de Sabiny betekent dit dat er zogenaamde ‘excisie' plaatsvindt: niet alleen de clitoris maar ook de kleine en grote schaamlippen worden verwijderd. De belangrijkste reden hiervoor is het onderdrukken en beheersen van seksuele verlangens van de vrouw. Eeuwen geleden waren de Sabiny-mannen regelmatig maandenlang van huis, op zoek naar land en vee. Het verhaal gaat dat zij bij terugkomst hun vrouwen meer dan eens in de armen van een andere man aantroffen. Een besnijdenis zou dit promiscue gedrag van vrouwen kunnen voorkomen. Het gebruik is vervolgens van generatie op generatie overgedragen, ondanks dat de oorspronkelijke aanleiding voor het ontstaan ervan (de langdurige afwezigheid van de mannen - voor zover dat overigens al een legitieme reden zou zijn) al langere tijd niet meer aan de orde is. Onbesneden vrouwen werden consequent gestigmatiseerd en buitengesloten uit de gemeenschap door niet te mogen trouwen, niet te mogen spreken met besneden vrouwen en het niet mogen uitvoeren van traditionele vrouwentaken (zoals koeien melken en water halen). Deze zware sociale druk resulteerde in het besnijden van zo goed als alle Sabiny-vrouwen.

De belangrijkste oorzaak van de recente daling van het aantal besnijdenissen zijn de inspanningen van medewerkers van het REACH-programma (Reproductive, Educative And Community Health), waarvan het hoofdkantoor gevestigd is in Kapchorwa, het stadje waar ik momenteel verblijf. Door onder de lokale bevolking bewustzijn te creëren omtrent de schadelijke gevolgen van deze praktijk, is het besnijden van Sabiny-vrouwen in enkele decennia teruggebracht van een alom toegepast gebruik tot een (relatieve) uitzondering. Enkele dagen geleden heb ik een bezoek gebracht aan Beatrice Chelangat, de programmaleider van REACH. Beatrice was de dag ervoor terug gekomen uit de Verenigde Staten, alwaar ze een UNFPA (United Nations Population Fund)-award in ontvangst heeft genomen als erkenning voor haar inspanningen voor de gezondheid en waardigheid van vrouwen. Die ochtend hebben Beatrice en een van haar collega's enkele uren de tijd genomen om mij meer te vertellen over de uitgevoerde REACH-activiteiten en nog resterende uitdagingen. Na afloop van het gesprek nodigde Beatrice mij uit om die avond bij haar te komen eten: er zou een klein welkomstdiner worden georganiseerd voor enkele familieleden en ik was van harte welkom om daarbij aan te sluiten.

Diezelfde avond arriveerde ik op de afgesproken tijd bij haar huis, waar tot mijn verrassing een grote partytent in de tuin stond met enkele tientallen in rijen geplaatste stoelen. Van de reeds aanwezige gasten begreep ik dat er die avond een heuse welkomstceremonie op het programma stond, waarvoor diverse (lokale en regionale) prominenten en familieleden verwacht werden. Nu heb ik in Oeganda al eerder een feestelijke gelegenheid mogen meemaken, en deze huldigingsceremonie zou op exact dezelfde (en voor ons tamelijk bijzondere) wijze gaan verlopen...

Het eerste onderdeel van de ceremonie houdt onmiskenbaar in: wachten, wachten en nog eens wachten totdat het programma van start gaat.... J Beatrice had me op het hart gedrukt om om 18.30 uur aanwezig te zijn. Gezien de op dat moment al aanwezige gasten is naar anderen dezelfde boodschap gecommuniceerd. Er was echter geen enkele indicatie dat het programma ook écht van start zou gaan op dit tijdstip: vele stoelen waren nog leeg, de belangrijkste aanwezige (Beatrice!) was nergens te bekennen en de muziek bleef ongestoord doorspelen. De reeds aanwezige gasten zaten geduldig in hun witte plastic stoeltjes, enkelen met elkaar in gesprek, anderen dommelden in slaap.

Om 20.15 uur ging het programma dan toch echt van start. De ceremoniemeester begon met de aankondiging dat het, in verband met het late tijdstip en de aantrekkende wind, een kort programma zou worden zodat we na niet al te lange tijd gezamenlijk konden eten. Dat klonk mij goed in de oren! Bij de daarop volgende opsomming van de geprogrammeerde sprekers van die avond bekroop mij echter al het onheilspellende gevoel dat dit wel eens langer zou kunnen gaan duren dan zojuist aangekondigd was...

De avond begon met een gebed onder leiding van een priester. De priester benadrukte herhaaldelijk dat dit een zeer belangrijke dag was voor Beatrice, het Kapchorwa-district en het land; dankte God voor het winnen van de award; dankte God nog vaker voor het feit dat Beatrice een veilige vlucht heeft gehad naar de VS (iedereen heeft gebeden voor het niet neerstorten van het vliegtuig - overigens is dat vergeleken bij het aantal verkeersdoden in Oeganda een bijzonder veilig vervoersmiddel); dankte God dat hij de REACH-medewerkers de kracht en het doorzettingsvermogen heeft gegeven om deze prestatie te bereiken; en dankte tot slot alle aanwezigen (veelal bij naam genoemd, plus toelichting van de door hen verrichte werkzaamheden) voor hun komst. Daarna volgden achtereenvolgens de toespraken door de broer van Beatrice, de vader van Beatrice, de directeur van REACH, een gemeentemedewerker, een parlementslid... Zonder uitzondering sneden ze allemaal exact dezelfde thema's aan als de eerstgenoemde priester, waarbij iedere spreker tien zinnen lijkt te benutten om iets over te brengen dat ook in één zin gezegd kan worden... Overigens kon ik dit alles volgen dankzij een naast mij gezeten priester (er waren er in totaal vier aanwezig, of misschien nog wel meer?) die mij een Engelse vertaling van de toespraken influisterde. Ik heb voor mezelf maar de hypothese opgesteld dat het de aanwezigen niet primair gaat om de inhoud van de toespraken, maar om het feit dat de sprekers middels hun aanwezigheid en toespraak hun inzet voor en betrokkenheid bij dit maatschappelijke thema tonen.

Ook ik werd, als ‘bijzondere gast' (die dankzij God ook de gevaarlijke vlucht naar Oeganda had overleefd J), plotseling naar voren geroepen om een toespraak te geven. Het werd de kortste toespraak van de avond, waarin ik in vier zinnen heb gezegd hoe belangrijk het is dat verandering teweeg wordt gebracht door betrokken leden van de betreffende gemeenschap zélf en hoe lovenswaardig het is dat Beatrice zich heeft ingezet voor de rechten van vrouwen. Applaus viel ook mij ten deel.

Uiteindelijk was Beatrice zelf aan het woord. In geur en kleur vertelde ze onder meer over haar vlucht naar de VS (toen de geluiden van de motoren veranderden was ze ervan overtuigd dat het vliegtuig zou neerstorten), het vorstelijke onthaal door de VN-medewerkers, het verblijf in de luxe hotels en het toespreken van een zaal vol ‘zeer intelligente mensen'. Ik had gedacht dat hiermee het einde van het programma toch wel eens in zicht was, maar er werden nog meer sprekers opgeroepen en Beatrice kwam nogmaals aan het woord. Ondertussen was het 22.15 geweest en stond ik langzaamaan op het punt om flauw te gaan vallen J. Een kort bezoekje aan de keuken, waar ik een wanhopige blik wierp op de keukenmeid, leverde een chapati en een glas sap op: daar kon ik voorlopig even op verder. Rond 23.00 uur en de toespraken nog steeds in volle gang had ik wel een vermoeden hoe de rest van de avond er uit zou zien, en ben ik stilletjes uit de menigte weggeglipt. De volgende ochtend hoorde ik dat de toespraken tot na middernacht hadden geduurd en dat pas op dat uur de avondmaaltijd werd geserveerd...

De komende dagen zal ik in Kapchorwa blijven om mij, met hulp van de REACH-medewerkers en door het bezoeken van de afgelegen dorpjes waar het ritueel nog wordt uitgevoerd, meer verdiepen in de cultuur van de Sabiny. Wordt vervolgd dus....!

Liefs, Anna.

Huishoudelijke mededelingen :-)

Dag allemaal!

Nog eventjes een extra berichtje met een paar kleine dingetjes....

Allereerst super bedankt voor al jullie lieve, positieve, enthousiasmerende reactiesuit Nederland via email of mn weblog!!! Ik doe mn best zoveel mogelijk te reageren, maar internet is hier regelmatig een ramp / traag, stroom valt uit, geen internetcafe te vinden etc/ , het is zo ongeveer mn enige stressfactor hier haha, maar ik heb alles gelezen en het doet me heel erg veel goed dus stuur vooral door zou ik zeggen!
Laughing
Mijn excuses ook aan iedereen die de afgelopen weken jarig is geweest en aan wie ik / waarschijnlijk vanwege internetproblemen/ geen felicitaties heb gestuurd. Bij deze alsnog dan>Miriam, Wim H., Zoe en Adriaan.....van harte gefeliciteerd!!!! Hoop dat jullie leuke feestjes hebben gehad *en ja, de VU/kalender doet zn werk goed hihi.
Regina> ik heb je een verjaardags sms gestuurd maar geen idee of die is aangekomen!
Dat geldt voor iedereen die mij per sms heeft geprobeerd te bereiken op mn Oegandese nummer> ik heb inmiddels begrepen dat enkele berichtjes niet zijn aangekomen! Enkele andere berichtjes heb ik wel ontvangen, ik weet niet waar dit aan ligt, maar als je zeker wilt zijn dat je bericht aankomt> sms me even op mn Nederlandse nummer, ik wissel af en toe even van simkaart. Ook het omgekeerde geldt> mijn berichtjes zijn misschien niet altijd aangekomen, helaas.....
Oke, dat was m, tot snel weer!
x Anna

Impressies uit Oost Oeganda

Enkele dagen na terugkomst uit het eerder beschreven Murchison Falls heb ik m'n rugzak gevuld voor de volgende vlucht uit het hectische stadsleven: enkele weken doorbrengen in het minder ontwikkelde en weinig toeristische oosten van Oeganda. Het avontuur begon al direct in Kampala, namelijk in het beruchte taxipark in het centrum van de hoofdstad. Het taxipark is een wirwar van tientallen (of wellicht honderden?) identiek ogende witte minibusjes, die in een constante (file)stroom aan- en afrijden en binnen het park de voor hen bestemde plek proberen te bereiken. Ja, je leest het goed, getuige de op diverse locaties geplaatste bordjes met de eindbestemming van de daaromheen geplaatste busjes is er wel degelijk een zekere ordening aangebracht, maar het exacte indelingsprincipe van de eindbestemmingen heb ik nog niet kunnen herleiden. Voor nu zie ik als enige oplossing: je reisbestemming tegen zo veel mogelijk bestuurders noemen en je door hun armgebaren in de juiste richting laten leiden.

Om het geheel nog wat avontuurlijker te maken, betreft het terrein een onverhard oppervlak waar de rode aarde bij het minste beetje regen verandert in een grote modderpoel.

Op de dag van mijn vertrek zocht ik (zwaar bepakt en in de stromende regen) dan ook mijn weg tussen de modderplassen, op zoek naar de minibus die me naar provinciehoofdstad Mbale zou brengen. Wanneer je de juiste minibus hebt gevonden is het een kwestie van wachten totdat de bus vol is, dan pas zal de bestuurder vertrekken. Nu is de invulling die Oegandezen geven aan de term ‘vol' een iets andere dan de onze. In het geval van de minibus naar Mbale was het mij, na ruim 30 minuten wachten en met één passagier op de stoel naast de bestuurder en drie passagiers op ieder van de drie daarachter gelegen stoelrijen, niet helemaal duidelijk waarom we nog niet vertrokken. Maar natuurlijk, naast de chauffeur kunnen ook best twee passagiers zitten en vier personen op ieder van de daarachter gelegen rijen is veel knusser bij temperaturen tussen de 20 en 30 graden....

Laughing
De naast mij gezeten medepassagier, die de verbazing op mijn gezicht moet hebben afgelezen, keek mij aan, haalde zijn schouders op en zei: 'Yeah, this is Africa!'. Inderdaad ja, dit is Afrika...

Als sardientjes in een tonnetje ging zo de vier uur durende rit naar Mbale van start. Het bijzondere van dit alles is overigens de gelatenheid waarmee de lokale bevolking het beschreven gebrek aan comfort en persoonlijke ruimte over zich heen laat komen. Bij iedere bocht, hobbel of kuil in de weg (en dat zijn er nogal wat) word je tegen je medepassagiers gedrukt, je ruikt urenlang de zweetgeur van je medereizigers, afwisselend moet één van de passagiers naar voren leunen want de rugleuning is te smal om aan vier personen tegelijkertijd plaats te bieden.... en toch ontstaan er in het geheel geen irritaties tussen de reizigers. Zelfs babies en het dierenrijk lijken zich probleemloos aan de situatie te hebben aangepast: de baby die op de achterste rij bij haar moeder op schoot zat, heeft vier uur lang geen kick gegeven (ik begon me bijna af te vragen of ze wel leefde) en op de terugreis naar Kampala was ik al weer helemaal vergeten dat de passagier naast mij een levende kip tussen zijn benen hield.

Ook in de lokale taxi's, waarvoor in Oost-Oeganda reguliere personenauto's worden ingezet, gaan de bestuurders op zoek naar de grenzen van het onmogelijke. Net wanneer je denkt dat de passagierslimiet nu toch wel bereikt is, trapt de bestuurder de rem in om drie gebarende voetgangers op te pikken; in de kofferbak is tenslotte ook nog plaats

Laughing
. En dan heb ik het nog niet eens over de erbarmelijke staat waarin de taxi(‘s)(bussen) zich bevinden: diverse scheuren in de voorruit, gebroken of ontbrekende spiegels, ramen die niet open of dicht kunnen... Een medepassagier noemde Oeganda de vuilinisbelt voor afgeschreven westerse auto's: wagens die zelfs in buurland Kenia geweerd worden, worden in Oeganda met open armen ontvangen.

Tijdens één van mijn taxiritten werd de taxi tot stilstaan verzocht door een politieagent in bruingroen uniform en een met touw geboeide verdachte. Beiden namen plaats op de achterbank en ik kon mijn nieuwsgierigheid natuurlijk niet onderdrukken... De somber ogende en slecht verzorgde verdachte (er ontbraken erg veel tanden in zijn gebit en zijn kleding zat vol gaten) werd verdacht van het delict ‘false pretence', oftewel, hij zou zich hebben voorgedaan als een ander en daarmee geld hebben afgetroggeld van bewoners. Meer details wist de politieagent niet, hij was niet volledig op de hoogte van de zaak. De verdachte zelf sprak geen woord Engels. De verdachte moest vervoerd worden naar de grotere plaats Kapchorwa omdat op het bureau in het dorpje Sipi geen onderdak voor verdachten beschikbaar is. Ik vertelde de agent over mijn verwondering ten aanzien van de openbaar vervoer situatie in Oeganda en de verschillen met Nederland, waar de hier gebruikte vervoermiddelen (a) nooit door de jaarlijkse APK-keuring zouden komen en (b) al helemaal niet dergelijk grote passagiersaantallen zouden mogen vervoeren. Met een lach op zijn gezicht antwoordde de agent dat beide feiten ook in Oeganda verboden zijn....

Laughing

Overigens, leuk wetenswaardigheidje voor de meelezende criminologen: bij het lezen van de krant viel mij op dat het principe van anonimiteit van verdachten hier duidelijk niet geldt. Landelijke regeringskrant The New Vision deed vorige week bijvoorbeeld melding van de verwurging van een beveiligingsmedewerker door een dief van hardware, beeldschermen en scanners van een handelsondeneming in Kampala. De naam van de verdachte, zijn woonplaats, zijn leeftijd én een uitgebreide beschrijving van zijn baan waren allemaal opgenomen. Mocht deze verdachte nu toch niet de dader blijken te zijn, dan heeft zijn reputatie én die van zijn onderneming in ieder geval alvast een flinke deuk opgelopen....

De afgelopen twee weken in Oost-Oeganda heb ik mijn tijd doorgebracht in en om Mount Elgon National Park. Ik zal jullie later nog wel meer invullen over de redenen voor mijn interesse in deze regio; voor nu houd ik het even bij een korte beschrijving van wat ik hier heb gedaan. Het hoogtepunt was toch wel... de beklimming van Mount Elgon! In mijn Lonely Planet reisgids stond beschreven dat dit een relatief eenvoudige en niet-technische klim was ('voor zover dit mogelijk is bij een berg van boven de 4000 meter'), en dus leek het mij wel een uitdagende en intensieve kennismaking met een regio waar ik graag meer over wil weten. Mount Elgon kan belommen worden via verschillende routes, waarbij ik (mede uit financiële overwegingen) heb gekozen voor het kortste pad. De naam ‘pad' wekt hierbij wellicht de indruk dat het gaat om een verharde route naar de top, maar stel je er niets meer bij voor dan platgestampte begroeiing (gras, mos, etc.) waaruit je kunt opmaken dat hier eerder mensen hebben gelopen. De aanbevolen duur voor het volgen van de Sasa Trail is vier dagen, maar als jonge en in goede conditie zijnde vrouw dacht ik dit wel in drie dagen te kunnen doen (getuige het Visitor's Book dat ik kon inzien, kiezen wel meer klimmers hiervoor). Overigens ben ik deze uitdaging niet alleen aangegaan, maar op pad gegaan met vijf mannen: een 22-jarige Amerikaan (Jonathan, vrijwilliger bij een kerk in een sloppenwijk van Kampala) die in hetzelfde hostel verbleef als ik, twee (bewapende) gidsen van de Uganda Wildlife Authority en twee bagagedragers (voor omgerekend 4 euro per dag dragen zij je loodzware rugzak, inclusief tent, matras, slaapzak en eten voor drie dagen, naar de overnachtingslocaties).

Dag 1 bestaat uit een klim van ruim 2000 meter (van 1250 naar 3500 m). Dit betekent: klimmen van 9 tot 13 uur, een uurtje lunchpauze en daarna klimmen van 14 tot 17 uur. Tijdens de beklimming passeer je verschillende vegetatiezones (van tropisch regenwoud via bamboebos naar bergheide), slingert er af en toe een aap langs en zie je vele vogelsoorten. Na een redelijk frisse overnachting in je tentje staat dag 2 in het teken van het beklimmen van het hoogste punt van Mount Elgon: top ‘Wagagai' op 4321 meter hoogte. Lonely Planet waarschuwde al voor hoogteziekte, en inderdaad: de laatste paar honderd meter klimmen waren erg zwaar, niet eens zo zeer door fysieke vermoeidheid maar vooral door het gebrek aan zuurstof. Na anderhalve dag ploeteren wilde ik me echter niet uit het veld laten slaan door symptomen als hoofdpijn, duizeligheid, lichte misselijkheid en gezwollen handen, dus even doorbijten en toen.... genoten van het bereiken van de top! Daarna begon het feest echter pas echt, want de afdaling was werkelijk dodelijk voor mijn benen.... De voortdurende belasting van mijn bovenbenen resulteerde in trillende quadriceps-spieren, waartegen geen enkele rustpauze remedie bood. De onophoudelijke regen op de laatste dag maakte de afdaling nog uitdagender omdat je voortdurend moest waken voor uitglijdacties. Met in de ene hand een bamboestok en in mijn andere hand regelmatig de hand van gids Moses (om mij te ondersteunen) ben ik toch nog beneden gekomen. Gedurende het laatste deel van de afdaling heb ik me, om het lijden wat te relativeren, voortdurend afgevraagd wanneer ik in mijn leven ooit zoiets uitputtends heb gedaan. Ik heb niets kunnen bedenken... Halve marathons, drie-en-een-half uur achtereen sportles geven, Body Pump trainingsdagen... nog nooit heb ik een moment bereikt waarop mijn benen me zeiden: 'Oké, nu is het mooi geweest, wij dragen je vanaf nu dus gewoon niet meer'. En dat punt was na drie dagen klimmen en (vooral) afdalen echt bereikt... Mijn respect en bewondering gaan dan ook uit naar onze gidsen en dragers, die deze route meerdere malen per maand afleggen en dan niet op professionele hiking-schoenen (zoals wij westerlingen) maar eenvoudige rubberen laarzen (!). Het allerergste is nog dat de dragers (die al gauw 18 kilo meezeulen) vele malen sneller zijn dan wij, met slechts een klein rugzakje op onze ruggen... Onvoorstelbaar.

Een paar laatste korte indrukken uit Oost-Oeganda dan....

- Overvolle klaslokalen met kinderen (lees: 60 tot 80 leerlingen per klas), die mij (wanneer ik op uitnodiging van enkele leraren iets kom vertellen over Nederland) vragen stellen als 'Hoe komt het dat wij bergen hebben maar jullie in Nederland niet?', 'Welke soorten voedsel bestaan er en wat gebeurt er in ons lichaam wanneer je iets eet?'. Tja, probeer daar zo 1-2-3 en in het Engels maar eens een helder antwoord op te formuleren...

Laughing

- Rennen, huppelen, radslagen maken, zingen en dansen met enkele tientallen kinderen uit Budadiri die me volgen nadat ik zondagochtend een mis heb bezocht in de lokale katholieke kerk.

- Ontmoetingen met andere reizigers, zoals de twee middelbare scholieren uit Zuid-Afrika die de route Schotland - Zuid-Afrika op de fiets afleggen, het dertigersstel uit Duitsland dat een vergelijkbare route op de motor aflegt en tot slot een Nederlandse die een jaar lang heeft gebackpackt in alle landen tussen Zuid-Afrika en Oeganda / Kenia.

- Sipi Falls, een drievoudige prachtige waterval (Google maar mee!).

... en jullie zullen begrijpen dat ik nog steeds enorm aan het genieten ben van alle inspirerende gebeurtenissen hier!

ps Ik heb inmiddels gehoord over de 300 doden door modderstromen in Oost Oeganda maar daar zelf gelukkig niets van mee gekregen, dus geen zorgen....!

Op safari!

Op mijn derde dag in Oeganda heb ik een bezoek gebracht aan Makerere University. Al snel na het betreden van Makerere Hill bleken de afbeeldingen van verzorgde universiteitsgebouwen die ik eerder op internet had gevonden, enigszins vertekend te zijn: in werkelijkheid ziet de campus er verwaarloosd uit. Diverse gebouwen ogen krakkemikkiger dan het voormalige Provisorium op de VU-campus, de verbindingswegen hebben meer gaten dan asfalt en vergeleken bij de overbevolkte en vieze studentenverblijven op Makerere kun je in een prototype Oostblokflat best een sfeervol en rustig onderkomen zien.

De Faculteit der Rechtsgeleerdheid bevindt zich vlak bij de hoofdingang van het campusterrein en was daarmee gemakkelijk gevonden. Hetzelfde gold voor de werkkamer van Sylvia Tamale, de hoogleraar met wie ik begin december contact heb gehad en bij wiens onderwijs en onderzoek ik graag betrokken had willen worden. Professor Tamale was niet op haar kamer en dus heb ik de afdelingssecretaresse geraadpleegd. De weinig behulpzame dame vertelde me dat prof. Tamale al enkele weken niet meer op de universiteit was geweest; het was onbekend waar zij was en of (en zo ja, wanneer) zij terug zou komen. Als ik de literatuur die ik de afgelopen periode heb gelezen en de verhalen die bewoners en/of expats mij hebben kunnen vertellen moet geloven, wijkt deze voor ons wat bijzonder ogende situatie niet af van de situatie bij vele Oegandese (onderwijs)instellingen...

Omdat ik nog geen definitieve beslissing heb genomen omtrent een plan B voor mijn verblijf hier, heb ik het mezelf gegund om de drukte en vervuiling van Kampala te ontvluchten en een paar dagen te genieten in Oeganda's grootste National Park: Murchison Falls. Diep van binnen schuilde hieromtrent wel wat schuldgevoel: ik was hier toch niet om vakantie te vieren? Maar dit gevoel ebte al heen snel weer weg wanneer ik dacht aan het tempo van leven in Nederland. Want als je in Oeganda verblijft, realiseer je je één ding overduidelijk: wat ligt het tempo van leven hier laag..... Of misschien geldt vooral het omgekeerde: wat doen wij in West-Europa toch extreem veel in zo weinig tijd ...

Activiteiten die in Nederland hooguit enkele uren duren, kosten je hier een dag. Omdat je in één van de eindeloze Kampala-files staat (het excuus 'ik stond in de file' wordt hier net zo gretig gebruikt als 'de brug stond open' of 'mijn fietsband was lek' in Amsterdam, en niet zonder reden), omdat medewerkers van overheids- of andere officiële organen je niet lijken op te merken en/of je om onduidelijke reden en zonder blijk van schaamte oneindig lang laten wachten, omdat je niet direct kunt beginnen met het feitelijke doel van je komst (bellen is sowieso kansloos) maar eerst over koetjes en kalfjes moet praten, ...

Nou ja, onder andere hierom dus. Daar waar in het Westen vooral het credo ‘tijd is geld' geldt, lijkt ‘tijd' hier een tamelijk betekenisloze grootheid te zijn. Het gebrek aan efficiëntie en lange termijn planning is stuitend (doch verklaarbaar, maar daarover misschien later meer) en met een West-Europese instelling ga je hier niet overleven, dus er is maar één oplossing: meeveren, go with the flow... Bovendien doet het leeftempo hier je realiseren dat het niet zo verwonderlijk is dat ‘wij' eens in de zoveel tijd echt een vakantie nodig hebben. Hiermee was het laatste restje schuldgevoel heerlijk weggerationaliseerd, en kon ik onbezorgd op safari! J

Omdat het niet mogelijk is het National Park met openbaar vervoer te bereiken, heb ik me voor één keer aangesloten bij een door het populaire backpackers hostel Red Chilli Hideaway georganiseerde tour. Hoewel ik altijd een beetje huiverig ben voor dit soort groepsuitjes (er zit altijd wel een medereiziger bij die ongelofelijk op je zenuwen werkt en ik ben allergisch voor massa-toerisme), heb ik me er voor deze keer overheen gezet en dat was maar goed ook: het was een ontzettend leuke groep! Geen egotrippers, neuroten of anders lichtelijk gestoorden, maar gewoon zes spontane, rustige doch avontuurlijk ingestelde muzungu's (Swahili voor ‘blanken'). Het eerste duo betrof een jong Duits stel die enkele weken in Oeganda verbleven in verband met de bruiloft van een Duitse vriendin met een Oegandese man (Grace: een combinatie die gedoemd is te mislukken? J); het tweede duo een dappere 23-jarige Duitse rechtenstudente die hier een jaar verblijft om les te geven op een basisschool met haar op bezoek zijnde vader (moeder had graag meegekomen maar kampt met vliegangst); en tot slot een enthousiast stel uit San Diego, dat hier enkele weken vrijwilligerswerk doet.

De eerste stop (enkele heftige files in Kampala niet meegerekend) betrof een lunch in provinciehoofdstad Masindi. Van de tientallen gerechten op de menukaart van Travellers' Corner Restaurant bleek bij iedere keuze opnieuw dat de daarvoor benodigde ingrediënten 'vandaag helaas niet aanwezig waren' (voor diegenen onder jullie die eerder verre reizen hebben gemaakt overigens niets nieuws). Na twee maal vruchteloos heen en weer lopen naar de keuken hebben we de vertederende ober maar uit zijn lijden verlost en gevraagd wat ze die dag wél in huis hadden; toen was het klusje snel geklaard. Even later zaten we te genieten van een groot bord vol samosas en enkele broodjes omelet.

De middagactiviteit betrof het bewandelen van het looppad bovenaan de Murchison-waterval. Op dit punt wordt al het water van de 50 meter brede Victoria Nijl door een opening van slechts 6 meter geperst, om vervolgens enkele tientallen meters naar beneden te kletteren. Je kunt je misschien wel iets voorstellen bij het enorme watergeweld dat dit tot gevolg heeft... Vanaf het looppad is op diverse momenten te aanschouwen hoe de watermassa zijn weg vindt tussen de geërodeerde rotsen.

Aan het einde van de middag kwamen we aan bij onze accomodatie, de Red Chili Rest Camp, welke inderdaad (zoals beschreven in een eerder gelezen informatiebrochure) op een idyllische locatie in het NP ligt. Op komische wijze stond in dezelfde brochure beschreven dat je, in het geval je bij een bezoek aan een van de toilet- en douchegelegenheden op een nijlpaard zou stuiten, je maar beter even een ander(e) toilet of douche kon kiezen. Ook het roepen van het personeel zou in een dergelijke situatie geen zin hebben, 'cause there's not much we can do about the hippo'.

Gezien het low-budget karakter van ons arrangement sliepen wij in (overigens prima verzorgde) 2-persoonstenten, welke ik dus mooi voor mezelf had. Wanneer ik in een dergelijke situatie alleen slaap, is mijn slaap meestal niet zo heel diep: onbewust ben ik toch alert op wat er in mijn omgeving gebeurt. Zo gebeurde het dat ik midden in de nacht geluiden hoorde rondom mijn tent. Het was onmiskenbaar het geluid van voetstappen. Wie loopt er op dit uur nu rond mijn tent, dacht ik verschikt. Bij het focussen van mijn aandacht op de geluiden bemerkte ik echter dat de voetstappen te traag en te zwaar waren om van een mens afkomstig te zijn. Ook was het geluid van het grazen van gras hoorbaar. Heel rustig richtte ik mezelf op in mijn bed en keek ik naar buiten door een van de raampjes in de tent. Tot mijn grote schrik nam ik op nog geen drie meter afstand van mijn tent een enorm nijlpaard waar....! Mijn hart bonste als een razende en ik hield mijn adem in. Minutenlang heb ik zo naar de hippo gestaard, die maar rond mijn tent bleef grazen, enkel van me gescheiden door het dunne tentzeil. Het liefste had ik keihard gegild: 'Everybody, wake up, there's a hippo next to my tent!!! Come and have a look!' Maar gezien het eerder gelezen advies om vooral kalm te blijven heb ik dat maar even achterwege gelaten. En zo geschiedde het dat ik enkele tientallen minuten in shocktoestand heb gestaard naar de grazende hippo, met enkel het geluid van het kauwen op gras en de snurkende hostelgasten om me heen...

Vanwege de in mijn lichaam aanwezige spanning kon ik daarna de slaap moeilijk vatten. De volgende ochtend moesten we al om 5.30 uur op, dus dat was alles bij elkaar een kort nachtje. Gelukkig stond er genoeg moois op het programma om me wakker te houden!

Bij het ontbijt bleek dat twee andere gasten de hippo ook hadden gezien (hiermee steeg de betrouwbaarheid van mijn relaas gelukkig). Twee andere medereizigers vroegen mij nog hoe laat de hippo op ons terrein ronddwaalde, want zij hadden rond middernacht ook wat verdachte geluiden gehoord. Helaas voor hen kon ik hun vraag niet beantwoorden: die nacht had ik echt niet het lef om de verlichting op mijn horloge aan te drukken, dat zou alleen maar onnodige aandacht hebben getrokken....

De ochtend werd doorgebracht met een ‘wildlife drive' door het National Park. Binnen enkele uren hebben we daar drie van de Big Five diersoorten voorbij zien komen: buffels, leeuwen en mijn favoriet.....olifanten! Aangevuld met talloze giraffes, rendieren en vogelsoorten was het een verbluffende rit. Veel tijd om bij te komen van dit overweldigende natuurschoon was er niet, want na de lunch stond er een bijna vier uur durende rondvaart over de Nijl op het programma. Hiermee werd de eerder genoemde opsomming van diersoorten nog eens aangevuld met nijlpaarden en krokodillen, en natuurlijk: het zicht op de Murchison waterval vanaf het water. Die nacht heb ik als een blok geslapen...

De laatste ochtend van de tour stond in het teken van het vierde lid van de Big Five: we hebben een bezoek gebracht aan het Ziwa Rhino Sanctuary. Onder begeleiding van enkele in groene outfits uitgedoste rangers hebben we in dit reservaat, onder een (zelfs voor mij) té felle zon, de savanne bewandeld, op zoek naar de daar verblijvende witte neushoorns. De zes aangetroffen neushoorns waren zelfs in hun rusttoestand al imposant....

Terug in hoofdstad Kampala is het weer even wennen aan de mensenmassa's, het hectische verkeer en de vervuilde lucht. Gelukkig zijn er de mooie herinneringen aan en bijna tweehonderd foto's van natuurschoon om me af en toe even te kunnen onttrekken aan de gekte hier...